• Het piept en het kraakt

    Groene Galliërs winnen op karakter...
    En karakter is ook een kwaliteit. Wilde ik nog ergens kwijt, echter was er in de dubbele kop geen ruimte meer. Dus maar bij de met-deur-in-huis-zin. Het waaide afgelopen weekend, de wind waaide als een föhn over sportpark de Drift. Dat met zijn nieuwe look nauwelijks nog bosschages op zijn vel duldt. De oudere bomen aan de rand, reeds strooiend met hun kleurige bladervacht, wiekten stram heen en weer. De vlaggenmasten piepten zeurderig, maar langzaam brak de hemel open en scheen de zon. Ingeluid door het ochtendwijsje vanachter de lippen van Vogelzang dat altijd gepaard gaat met het ontgrendelen van de kantine. Stroperig woelt de koffie zich in de kartonnen bekers, die eenmaal in de handen, aanvoelen als een warme kruik. Het piept en het kraakt, de herfst jammert haar klaagzang langzaam over het onschuldige groen en het lachende blauw. De winter blaast zelfs al een deuntje mee. Bescheiden nog. De zon streelt nog gelaten. De groene Galliërs, de naam zegt het al, houden van lente en zomer, van mos- en felgroen, van leven in de brouwerij. De naderde winter schuurt hun voetbaltenen tot gevoelloze werktuigen. Blessures. Piepende, krakende lichamen. Herfst in de botten, aftakeling in de poten en hier en daar stukje moed in de schoenen.

    Een slecht vooruitzicht om thuis Heiligerlee te ontvangen. Keizer geblesseerd aan een jammerend bovenbeen, Bijker aan gillende achillespezen en Betten vaak in bed met de volleybalgriep. Gelukkig staat de rug van Brussen weer recht. Maar het houdt niet over, de lichamen protesteren steeds vaker en steeds luider. Belangrijk is de groep flexibele dennen. Jongens in hun twintigerjaren die de groene Galliërs van vers bloed voorzien, van energie dat nog kwistig mag. Jongens als Bob, Maikel en Daan, die hun lichamen nog straffeloos kunnen pijnigen, lachend haast. Heiligerlee oogde een aardig ploegje en dat was het oog. In het eerste kwartier van de wedstrijd hadden ze ver uit het beste van het spel. Bijzonder was dat het, spiksplinternieuwe scorebord, 3-0 aangaf na 11 minuten. Siem, Bulthuis en Brussen, overrompelden de tegenstander vanuit flitsende aanvallen. Daarna was het tegenhouden. Na 26 minuten was het 3-2. En onze laatste man, Gert Jakobs liepen de trekkebenen en aanvoerder Vincent verloor het van zijn knieën. Gert beet door, Vincent moest staken. Al protesteerde alles in zijn voetbaljochiebrein tegen de wissel, zijn lichaam wist wel beter. Het oudste renpaard van de Galliërs, vaak goed voor een minuut of tien, moest de rest van de wedstrijd volmaken. Dit deed hij overigens met verve!

    Uitgeput en een tikje aangeslagen door het verlies van onze aanvoerder, bereikten de groene Galliërs de rust met deze nipte voorsprong. Het zou in de tweede helft aankomen op karakter. Op inzet, op willen winnen. Op niet opgeven, doorzetten, iets voor elkaar over hebben. Op teamgeest. Terwijl de zondagochtend toch was uitgevonden om je kind te voelen, de bal fijn te beroeren, iemand weg te steken zonder je af te vragen of diegene wel op die bal zat te wachten? De zondag was toch nostalgie, visserslatijn voor versleten voetbalbenen? Met de inzet toch juist in die derde helft?

    Nee, geachte lezer. Nee. Dat lijkt zo. Dat is de charme van de zondagochtend, dat klopt. Maar eenmaal op dat veld, dat prachtige hoofdveld dat we hebben, eenmaal daar staan en daar gaan voetballen. Dan ga je niet om te verliezen, om er de brui aan te geven. De afgelopen seizoenen ging het vaak gemakkelijk, wonnen we veel en regelmatig eenvoudig eclatant. Dan gaat de aandacht uit naar alles er om heen. Naar de zurige lucht van scheenbeschermers die bij zich dragen, naar de humor die altijd ten kostte van iemand gaat en naar het leven dat brutaal het fijne voetbalspel attaqueert met kommer en kwel. Maar nu gaat het om de tweede helft.

    De bal gaat van voet naar voet bij Heiligerlee. Siem zet druk, Robert schuift mee, Bob schakelt om. Bulthuis zakt in, Brussen blokkeert, Maikel loopt dicht, Gert houdt tegen, Stan pareert, Daan ontfutselt, Ramon tackelt en de verslaggever tikt. Net als de tijd. Langzaam weg in het voordeel van de Galliërs. Ingooi, overtreding, doeltrap, afzwaaier, balletje breed. En steeds beweegt het team als een colonne mieren, als een militaire eenheid onder het gezag van Jakobs. Die stil, maar dwingend zijn troepen leidt. Natuurlijk leiderschap noemt men dat. Siem, één van de kleinere Galliërs, smijt zijn gespierde lichaam in de ene naar de andere strijd. Stan heeft het niet eens druk, maar alles bij de Galliërs schreeuwt tegenhouden. Geen muisje, geen verdwaalde vlieg, geen zuchtje wind, mag er door. Elf man strijden samen en elf minuten voor tijd komt de beloning. Op een passje van Brussen vindt Bulthuis het linkerzijnet, waar de bal, als een kind van de glijbaan, langs de netten zeilt. Loon na werken. De tegenstander is beduusd, murw gebeukt.

    De verslaggever hakt even later een balletje langs de doelman en wanneer Bulthuis nog een ragfijne voorzet van Robert binnen knikt, is het alleen maar zoet. Alleen maar warmte wat er door de geteisterde spieren vloeit. Een welverdiende overwinning. En hoewel we nog ongeslagen zijn, voelt dit als de eerste overwinning. Omdat we ervoor moeten hebben knokken en omdat we het deden. Het was genieten op dat veld, dat prachtige hoofdveld op sportpark de Drift. En zondag wordt het weer genieten, wederom thuis. Dan komen jullie toch ook, want je baalt nu, wees maar eerlijk, dat je niet bent wezen kijken, RTV Drenthe of niet. Aanvoerder en voorbeeldvoetballer Vincent Wever heeft zo lijkt het, een zware knieblessure. We hopen dat het meevalt, want man wat is dat genieten als hij tegen een bal aan trapt. Beterschap Vince!