• Groene Galliërs zijn terug

    Het verleden ligt in het verleden. De ontberingen, het gemis, de apathie, ze zijn opgehaald door de vuilniswagen van de tijd. En afgelopen zondag speelden we de rottende geur van verderf uit onze neuzen, spoelden we de wrange smaak van ledigheid weg met liters voetbalplezier. De laatste resten van verdriet en neerslachtigheid dampten nog mistig over de Buunerbult, toen de groene Galliërs de oversteek waagden naar het buurdorp. Alsof het de eerste schooldag betrof, werd er gewacht op de laatste fietser met de tas op de pakjesdrager, voordat het avontuur begon. We speelden een handvol wedstrijden in anderhalf jaar tijd, waarvan de laatste een jaar geleden. En toch. Gek kan dat soms zijn, was na één fluitsignaal alles bij het oude. Alsof het nooit anders was geweest.

    We misten Remco Keizer en Jasper Lubbers nog vanwege vakantie. Van der Veen wegens vlinders en Koenders wegens slaapgebrek. Dat laatste overigens vooral dankzij een laat en gehorig feestje in de Fibulawijk. Leon wilde graag bij zijn hoogzwangere vrouw blijven, maar piepte er toch nog even tussenuit, zodat hij de tweede helft nog een paar keer langs de flanken kon flitsen. Mark Lubbers had storingsdienst en kwam het team aanmoedigen, zonder zelf actief deel te nemen. Datzelfde gold voor Gerben Braams, die met zijn kersverse dochter en wankelenkel het zonnetje vakkundig op zijn geknepen ogen liet vallen.

    Eigenlijk begon het allemaal al ver voor het eerste fluitsignaal. Bij het binnenkomen in de kleedkamer was het eerst nog wat onwennig. Er werd gebokst, geknikt en hier en daar durfde iemand al te zeggen dat hij zin in de wedstrijd had. Die vreemde seconden gingen voorbij en al snel kwam daar de eerste kleedkamergrap die met open armen door de douchemuren werd ontvangen. De geur van met zweet geschubde trainingsjasjes en sokken die als bejaard vel om de kuiten lubberden, deden de rest. Het was zondagochtend, voor het eerst sinds september 2020 was het weer zondagochtend. De opstelling werd in herkenbare onnavolgbaarheid georeerd door Wilbert en niet lang daarna basste de gettoblaster de mannen vroeger het veld op dan zij voornemens waren. Groene shirts over kerelbasten, witte broekjes over masculiene konten en intrapballen aan van genot koerende voeten.

    Beerman’s Buinen was de tegenstander. Een bekerwedstrijd. Zoals er al zoveel bekerwedstrijden op de zondagmorgen tegen de Buiner buren zijn gespeeld. Het was een eerste oefenwedstrijd goed beschouwd. Langzaam trok de mist op, toen de zon vrij spel kreeg aan de horizon, stond het al 4-0 voor de groene Galliërs. We ontwaakten uit een diepe coronaslaap, precies zoals we er indommelden. Dam, Jakobs, Brussen. Klompmaker, Wever, Brussen. Riemeijer, Lammers, Jakobs. En bijna altijd eindigt de reeks van vier met de naam Bulthuis. Korte combinaties, mensen vrij gespeeld tussen de linies en steeds de afwerking van rupsje nooit genoeg. Gedroomde aanvallen vonden hun brille terug op het natte gras aan de beste sportkantine van Drenthe. Virtuoos en doodgewoon tegelijkertijd. Alsof het nooit anders is geweest.

    De rust werd ingekort in de kleedkamer van de groene Galliërs na een geniepige bom van Riemeijer die een zestal spelers kokhalzend richting buitenlucht dwong. Ruim een jaar had deze scheet op voetbalpubliek gewacht, het op het reukvermogen van de groene Galliërs gemunt en volledig gefermenteerd had het de aanval gekozen op nietsvermoedende, zwetende jochies in oude mannenlijven. Vlak voor de rust was het trouwens nog 4-1 geworden door een misverstand bij een corner. Ook de prima stand-in van Jasper, Tieme Woering, kon een tegendoelpunt niet voorkomen. Tieme heeft een prachtige naam voor schrijver met een voorliefde voor taalgrapjes. Thuis is hij vooral de intieme en vooral zijn vrouw natuurlijk de ultieme. Voor de euro schijnt hij trouwens, vooral tijdens vakanties met zijn ouders, die graag de binnenlanden van Frankrijk ontdekten, centime genoemd te zijn. Maar dat allemaal terzijde. Hij was afgelopen zondag een kundig sluitpost en we danken hem voor zijn aanwezigheid. Ik ben nog helemaal vergeten te zeggen dat de 4-0 van Gert Jakobs van sublieme schoonheid was, een dropkickkrul (taalkundig verwant aan de trekdroplul) met zijn chocoladebeen, verdween in de kruising.

    Uiteindelijk werd het 7-1. De tweede helft redde het einde niet. Of moet ik zeggen dat het einde de tweede helft niet volbracht? Er werd in elk geval vroeg afgefloten, zodat elk lijf wat minder spierpijn te verduren zou krijgen op de maandagmorgen. Voor invaller Branko was dit wel erg zuur, zijn invalbeurt van twintig minuten werd met 18 minuten verkort. Volgende keer wat langer Branko!

    Voor het eerst in 18 maanden was het weer zondagochtend. Het was alsof een langverwacht, nieuw seizoen van je favoriete Netflix-serie eindelijk te bekijken was. De groene Galliërs zijn terug. Onverwoestbaar als beerdiertjes, taai als te langgebakken biefstuk en levenslustig als studenten in de keiweek. En elke week weer een verslag. Berg je maar. Uitwedstrijden naar Jipsingboermussel en Roswinkel verleiden me nu al tot omgevingsverhalen. Derby’s tegen Buinen en EEC zijn krenten in de amateurvoetbalpap, of wat te denken van de titanenstrijd van de Galliërs uit tegen Titan?

    Ergens op het sportpark sprak mij een voetbalfotograaf en kantinetester, met een hobby voor kroegen ook, aan. Ik mocht zijn foto’s wel gebruiken, maar of ik dan het verslag wat in kon korten. De ellenlange verslagen maakten hem doodmoe, hij was meer van de plaatjes denk ik. Dank voor de foto’s in elk geval. Ze geven altijd perfect weer hoe het is. In mijn hoofd en in mijn gedachten daags voor een voetbalwedstrijd, zijn we nog jochies. Dartelen we. Weten onze benen steeds uit te voeren wat het hoofd coördineert. Eén foto haalt dat gevoel al weg, rucksichtslos als Bijker in zijn overtuiging bij buitenspel. Pijnlijk duidelijk in een haast scheel kijkend gezicht met een tong dat als een exponentiele groei-grafiek tussen de mondhoeken ligt. Weg romantiek, weg jeugdigheid. Die ik toch echt voelde. En begrijp me goed, ergens snap ik de fotograaf wel. Een foto zegt meer dan duizend woorden. Maar toch probeer ik het elke zondag weer. Omdat ik hoop dat er ergens een zin staat die beter is dan die ene foto. Die meer zegt dan onze poging de tijd stil te zetten. De groene Galliërs zijn terug en onderweg naar nieuwe avonturen.