• Groene Galliërs winnen eenvoudig in Groningse modderpoel

    Midwolda uit. Het kippenvel jaagt de vaste vlagger, alleen al bij de gedachte aan die wedstrijd, over
    zijn rug. Het geblokte geel en oranje wapperend aan een kort stokje met comfortabel handvat, kon
    hem gestolen worden. Dat eeuwige getuur naar groene witte sokken in verhouding met die van een
    tegenstander. In de tijd van sinterklaasgedichten en kerstmarkten is de zondagmorgen sowieso al
    een opgave voor velen. Het goot, het gutste, het liep daarboven leeg alsof iemand de aardappelen
    afgoot. Onze vaste vlagger zat warm binnen in een sporthal, naar meisjeshandbal te kijken, terwijl
    onze, van een blessure herstellende, aanvoerder, doorweekt tot op het bot het vlaggestofje fier liet
    wapperen bij elke ingooi. Het mooie Groningse landschap, leeg als een onbeschreven vel soms. Dat
    landschap dat al angst aan kan jagen, kreeg onder de zeikregen, een troosteloze aanblik. Vergane
    kerkjes bedolven onder stapels kapotgereden autobanden, modder, een groot nat niks tot zover je
    kijken kunt. Imca Marina kan je er in de echt verbinden, je een levenlang vastleggen aan deze
    eindeloze weilandenreeks. Lintdorpen die van een afstandje op de rand van de aarde balanceren,
    alsof ze er zo door een aardbeving vanaf kunnen worden gescheurd. Aangekomen op het sportpark
    deed de Gallische stukadoor en carnivoor een treffende omschrijving. Eigenlijk was het meer een
    constatering. Bij de aanblik van het hoofdveld liet hij uit zijn lippen ontsnappen: “Het lijkt erop dat
    we eerst de asperges moeten steken".

    Zonder vaste vlagger. Zonder zieke Maikel, paalbotser Daan en klusser Robert. En ook zonder onze
    Jakobs. Die nog even geniet van familiair samenzijn, alvorens hij de mensheid gaat beschermen in
    een gebied met gevaarlijke bermen. Zonder Vincent dus, want die moest vlaggen en zo bleek tijdens
    de warming-up ook zonder Gert Bijker. Wiens kuiten de Groningse klei slecht verkeerden.
    Maar met Arne Kenter, draafpaard van nature. En met Edens, een kluit jongensgeweld. Maar ook
    met Patrick Tiesing, uitgekiend en uitgebalanceerd. Met de ouder geworden, verloren zoon, Frank (
    tjoeke tjoeke) Koenders. En met, bizon onder de mannen, Byron Marissen en de multifunctionele en
    voor elk team inzetbare Braams. Voorin de bekende doelpuntenmakers. Op doel een verkleumde,
    eenzame Kraai. En dan mis ik razende Radstaak nog en bekeken Brussen.
    1-7. Vier keer Bulthuis en twee keer Lammers. Daar tussendoor nog een mooie goal van Tiesing.
    Maar hoofdrolspeler was het toneel. Het kwetterende graspoeltje in een grauwe, kille wereld. Een
    aftandse zondagochtend. Weer voor schimmels en paddenstoelen. Weer voor binnen bij de kachel.
    Een zondagochtend waarop je aan een legpuzzel begint, een boek opent, een appeltaart bakt. Buiten
    geen hond, geen fietser, geen hardloper, geen vogelaar waagt zich op een weiland. Onder die
    onverzadigbare lekkende hemelzolder. Tweeëntwintig verzopen mannen in tenue, blootje beentjes,
    rode neusjes. De bal als reden, de bal als afleiding. De scheidsrechter had er zo haast nog minder zin
    in. En raffelde de eerste helft af in 41 minuten, de tweede helft was nog korter. De groene Galliërs
    bleken niet van suiker, hoewel je verwacht dat men hier noester zou zijn. Bonkiger ja, vinniger nee.
    Robuuster ook, maar niet taaier.

    Uiteindelijk is er maar één echte verliezer van dit duel. En dat is Laura. Ik zie haar regelmatig op de
    zondagmiddag. Dan parkeer ik mijn auto bij haar op de oprit. Soms staat ze al te wachten in de
    deurpost. Altijd enthousiast, altijd even vriendelijk. Ik overhandig haar dan een zwarte tas. Afgelopen
    keren wat deze tas vaak loodzwaar. Doorweekte shirts, sokken die in de moddermarinade lagen,
    broekjes ooit maagdelijk wit. Het wasmiddel is niet aan te slepen. Laura draait de ene was na de
    andere. Ossengal, vanish Exi Oxi Actie, groene zeep en soms zelf het krabben van de nagel, elke tactiek wordt er op losgelaten. Om ze, na een waar watergevecht, onberispelijk te vouwen en te stapelen. Klaar voor een volgende zondag ploeteren in de Groningse modder. Ik heb met haar te doen. Maar dat geniet van zondagochtend 09:15 uur. De tas open en dan die rechte, sprankelend groene stapel. Dat wat ons groene Galliër maakt. Zorgeloos grappen maken en de kleding uitdelen en als gegoten over onze afgetrainde lijven. Laura, zonder jou geen groene Galliërs!

    Wellicht nog een bekerwedstrijd voor de winterstop. En dan is het wonden likken, herstellen en fris
    beginnen aan het tweede en belangrijkste deel van dit seizoen. Lekker bovenin meedraaien en
    lekker genieten van een samendrom van mannen. Ook al wordt de barman dover, de buik steeds
    meer een afdakje en is de midlifecrisis hier en daar reeds zichtbaar, het is een masculiene wereld.
    Aandoenlijk machogedrag, vechten tegen de bierkaai. Laat ons maar, dat kleine territorium
    verdedigen. Het is het laatste stukje dat nog alleen van ons is.