• Groene Galliërs verslinden witte muizen

    Beroerd bij de geur van speklappen...
    Vijf voor half negen op een zondagochtend. De zon priemt, vanaf vlak boven de boomgrens, in de ogen van de Galliërs. Houten stoeltjes in de doelmond. Opgelaten spelers, ijdelheid vecht tegen de slaperigheid en de felle zon. Het is weer zover. De teamfoto. Zonder Kanninga, zonder Bulthuis. Maarmet Brussen en de Weerd ( die daarna gelijk vakantie vieren ) en de flink geblesseerde Wever. Een dertigtal ogen staren zichzelf scheelt in het licht van een gemeen ochtendzonnetje. Net zo lang totclubfotograaf Alle het juiste plaatje heeft geschoten. Tenues uit, tassen weer uit de kleedkamer en op naar Blijham. Niet voor iedereen een fijn uitje. Eén van de drie Oude Nijeweme’s, de Daltons vande zaterdag, was zo sportief om na een teamfeest van de Zaterdag 3 aan te sluiten bij ons. Al ging die aansluiting niet geheel vanzelf, niet echt van een leien dakje.

    Ergens in Emmen gaat een wekker. Niet voor de eerste keer die ochtend, er is vakkundig gesnoozed.
    Het moment is toch echt aanstaande dat Jorick zich in beweging moet brengen. De beweging die tot
    kort daarvoor uit niet meer bestond, dan het verteren van iets te veel gevulde eieren en een plens
    bier. De auto brengt hem via de Hunebedhighway naar Borger, al liggen die eitjes nog steeds als
    stenen op de maag. Ze moeten er uit, lang zal het niet meer duren. In voorportaal Ees sputtert de
    auto plots tegen. De auto protesteert, gelijk het hele lichaam van de blonde adonis. Met een
    achteloze doortastendheid belt Jorick gelijk Gert Vogelzang op, leunt wat tegen de, half in de berm
    geparkeerde, auto en wacht op Gert. Na de rit moet het er echt uit. Zijn maag lijkt hoeken te hebben,
    Alinghoeken. Zodra de zure lucht optrekt is duidelijk dat hij de fotoshoot heeft gemist. Jorick maakt
    zich vooral zorgen over de reis naar Blijham, maar bereikt zonder vochtverlies de kleedkamer van het
    sportpark van de ‘Witte Muizen’. Hier hoort hij dat hij in de basis staat. Een ochtend vol tegenslagen.

    In Blijham wacht een toendra, een natlandschap waar natuurmonumenten bij watertand. De natte
    droom van menig weidevogel. Blijham dus, waar in de rust de kleedkamer ruikt naar de broodjes
    speklap die buiten worden gebakken. Waar je tot over je kuiten wegzakt in het hooggras.

    Maikel Dam hoeft alleen zijn jas uit te doen om aan de warming-up te beginnen. De nonchalante
    lanterfanter voelde er in Borger weinig voor zich om te kleden. De rest begint opnieuw aan het
    kleedkamerritueel. Braams op rechtsachter, Bijker laatste man, Daan links. Dam en Bob op de
    flanken, Gert en Gijs in een blok voor de verdediging, op tien de fruitige Joor en in de punt Kenter en
    Lammers. Binnen mum van tijd staan de groene Galliërs met 2-0 voor. Lammers is klinisch en Jacobs
    tikt kort daarna ook één binnen. En dan zakt het allemaal in als een plumpudding. De witte muizen
    scoren zelf tegen. De ruststand is 1-3.

    Na rust is het ploeteren. De aannames worden overgeslagen, de passing blijft achterwege en zelfs
    het afronden leek in de kleedkamer achtergebleven. Enige die zich aan het kelderende niveau
    onttrok van spits Lammers, die uiteindelijk een hattrick op zijn naam schreef. Met een speciale
    attentie voor de derde goal. Na een iets te scherpe voorzet van de verslaggever vond Lammers de bal
    op heuphoogte op de achterlijn. Een onmogelijke kans werd benut met de binnenkant van de
    rechtervoet, na een subtiel tikje zweefde de bal via de binnenkant van de verste paal binnen. Een
    droge hand in de lucht van de maker en gejoel vanaf de dug-out, applaus van medespelers en ik
    geloof dat ik zelfs een tegenstander mee zag klappen. Uiteindelijk werd het 2-6. Een matig potje met
    een schitterdoelpunt en een mindere blije hamstring van Jorick. Die diep in de tweede helft iets
    voelde klappen. Iets anders dan zijn onophoudelijk bonkende hoofd.

    Vlak voor het bereiken van de auto’s op de parkeerplaats. Een half uurtje na het laatste eindsignaal.
    Gaat het opnieuw mis. De geur van speklap en hamburgeruitjes roeren zich inwendig met de
    restanten feestgedruis. In volle stralen wordt een heg belaagd en staat een ongelukkig mens
    voorover gebogen. De zondagochtend is genadeloos. Gelukkig bleek bij nadere inspectie de auto, half
    over de weg geparkeerd, het gewoon weer te doen. En zo reed Jorick Emmen binnen, de plaats waar
    zijn bed staat. Ik vermoed, dat het hem niet meer dan vijf minuten heeft gekost om bij thuiskomst
    zijn bed te vinden. Om er slechts voor wat avondeten uit te komen. Hoe is dit weet? Welke Galliër is
    het niet overkomen? Zonder kots dan misschien, maar ach. Jorick bedankt, Arne Kenter en Gerben
    Braams ook bedankt. Wat fijn dat jullie de zondagmorgen opofferden om met ons mee te doen!
    Volgende week moeten we weer uit spelen.