• Groene Galliërs verliezen in grote contrasten

    Het verliezen van een wedstrijd inspireert doorgaans niet tot weelderige verslagen. Hoewel er schoonheid kan huizen in een verloren wedstrijd, tragiek te destilleren is uit een mislukte dribbel en foute terugspeelpass, werkt een nederlaag toch vaak verstikkend op de creativiteit van een eenvoudige verslagentikker als ik, of moet ik zeggen een verslagen tikker.

    5-1. We moesten dus uit. Eén van de Pekela’s, ik vergeet steeds welke. Veel uitwedstrijden gaan die kant op in de driehoek Veendam, Winschoten, Stadskanaal. Dat klinkt al verlaten, maar je moet er voor de grap eens op een vroege zondagmorgen komen. Eindeloze vlakten, een eenzame hardloper en een neerslachtige man die zijn hond uitlaat, de hond kwispelt niet. Het lijkt een aantal graden kouder daar. In Oude Pekela, nu weet ik het weer, knisperde het bleke gras onder onze voeten. Stokstijf en bevroren lag het hoofdveld er van v.v. Noordster er als bedolven onder de poedersuiker bij. Het had net zo goed tegen v.v. Poolster kunnen zijn, zo koud. Het hoofdveld, leest u? Ja, het hoofdveld. De groene Galliërs werden met alle egards ontvangen afgelopen zondagochtend. Wellicht scheelde het dat het eerste, alsook het tweede een zondagje vrij hadden gekregen van de KNVB. Waterkoude bovenbenen sjokten als half ontdooide kippenpoten, heen en weer tijdens de warming-up. Slaperige ogen schokken wakker, amper buigzame tenen protesteerden hevig in het keiharde leer. De groene Galliërs misten Vincent, Erik, Daan en Maikel, al is dat geen excuus. Als Mark van Bommel onze trainer zou zijn geweest, dan zou hij dit gezegd hebben: “Maar het is wel te verklaren. Geen excuus, maar vier van we basisspelers missen, dat is een verklaring. Mag je nog niet verliezen natuurlijk, want wij zijn de groene Galliërs.” Dit is allemaal vrij hypothetisch natuurlijk. Het idee alleen al dat de groene Galliërs een trainer zouden hebben. Hilarisch.

    Goed, wat kan ik verder van deze nederlaag zeggen. Dat het de eerste is van het seizoen. Dat het verdiend was. Hoewel we in de eerste tien minuten op 0-1 kwamen door een schitterende teruggetrokken voorzet van Ramon, die werd afgerond door Bob. De feestvreugde duurde vijf seconden. Buitenspel werd aangegeven door de puntenpakker van Noordster. Even later scoorden we alsnog de 0-1. Maar daarna was het aan Noordster. Ergens in het eerste kwartier van de tweede helft viel de 3-1 en toen was het verzet wel gebroken. De tijd werd, alsof het hier om een halve finale van de Champions League ging, vakkundig uitgetijdrekt. Dat is geen woord, dat weet ik ook wel. Maar wat een vervelend gedoe. Veinsblessures, vanglepra, ingooiangst, vrijetrapstress, de hele parade kwam voorbij van Onana-achtige slow-motion-gedrag kwam voorbij. Dat hadden ze niet nodig, dat v.v. Noordster. Met name voorin waren ze vele klassen beter dan de groene Galliërs.

    De groene Galliërs verliezen niet zo vaak en niet zo graag. Des te knapper was het dat er geen enkele gele kaart of frustratie-overtreding te bespeuren was. Natuurlijk moest de scheidsrechter het af en toe ontgelden, maar allemaal binnen het redelijke. Ik zou haast willen zeggen, dat hij de kritiek hier en daar op zich af riep. Door bijvoorbeeld overduidelijk natrappen over het hoofd te zien, een loepzuiver doelpunt af te keuren en vrij inconsequent te reageren op kleine overtredingen. Maar ik wil niet op elke slak zout leggen, wij waren minder goed zondagochtend dan v.v. Noordster. En de scheidsrechter was ongeveer even goed als wij, misschien zelfs nog wel een klein beetje beter.

    Toch ben ik trots. Op de manier waarop de Galliërs het verlies slikten. Als mannen. Niet als verongelijkte jochies, waarin in elk van ons wel één huist. Niet als het kind waarvan het speelgoed wordt afgepakt, niets als het verwende kind dat niet weet hoe het om moet gaan met tegenslag. We worden haast volwassen. Haast, wees niet bang, nooit helemaal. Volwassen worden kan altijd nog.
    Gister werd ik tijdens het schrijven van dit verslag overvallen door een triest bericht. En ik heb besloten als het voorgaande te laten staan. Vaste volgers van ons, weten dat we vele zondagochtenden de derde helft genoten onder auspiciën van fantastische vrijwilligers. Nu zorgt Gert Vogelzang vaak voor ons, Bertha Meinema deed het jaren. Maar voorheen. Al zolang als de zondag bestaat bij S.V. Borger, in elk geval zolang als ik me kan herinneren, waren dat Rein en Gea Hoogeveen. Horecaharten, dienstbaar meegenietend tot het lichaam het niet meer toeliet. En gister ontvingen we het bericht dat Gea Hoogeveen haar laatste adem heeft uitgeblazen. Na jaren van bikkelhard vechten, opofferingen en tegenslag. Ze ging door, ze beet door, ze vond steeds weer sprankjes optimisme. En nu heeft ze ons verlaten. De groene Galliërs wensen de familie Hoogeveen en alle nabestaanden heel veel sterkte bij dit verlies. Dat, hoewel het hetzelfde woord draagt, niet te vergelijken valt met een onbenullig verlies met een potje balletje trap. We zullen aan haar denken, als we met een koud biertje aan de stamtafel, oreren over de oneerlijkheid van iets triviaals als onterecht buitenspel. Omdat ze zo vaak ons guppekoppen, voetbaljochies in mannenlijven, opbeurde met een tappie en een warm woord.