• Groene Galliërs verliezen afgrijselijk

    Oude jochies met broze moeders...
    Wat was het lang geleden. Steeds het zoemen en pingen van de app op zondagmorgen. Afgelast. Terug in bed en maar weer dromen van werelddoelpunten en narrow escapes. De groene Galliërs traden pas voor de tweede keer aan dit jaar. Het eelt aan de binnenkantvoet van menig Galliërs was gereduceerd tot een teer babyhuidje. Al mopperend bij de voetbalschoen die om de voet ging, haast jankend bij de eerste balcontacten. En dan heb ik het nog niet eens over de kuiten, kuiten waar geen spanning op te krijgen was. Slap als het vaatdoekje van oma. Liezen broos als soepstengels, hamstrings rafelig als haakgaren. Blikken als die van een oude man naar zijn zondagskrant. Groene uniformen strak om het lijf als ware het een zwellend lichaamsdeel. De biertjes op de heupen, de slaap nog in de ogen en borden lekker eten voor op de one-pack.

    Het begon nog niet eens zo slecht. Krap drie minuten en Lammers priemt de bal binnen. Dat wat sportief was gealarmeerd in de lijven van middelbare leeftijd ontspande weer gelijk. De groene Galliërs zouden dit varkentje wel even wassen en kregen al honger bij de gedachten aan het knorrige woelbeest.

    Niet voor iedereen was het laksheid, uit flegmatiek geboren onderschatting. Eén man, liep met zijn ziel onder zijn arm op een voorbeeldig, onberispelijk groen kunstgrasveld in Hoogezand. Hij voelde zich zoals de bal, ongerust heen en weer geslingerd van kant naar kant. Opgelucht, angstig, dan weer ontspannen en al snel weer bezorgd. Als vrijwillige vuurvreter en ongeluk-oplosser bij de brandweer ziet hij verdriet, pijn en de lach regelmatig afgewisseld. Soms kun je aan een auto niet zien of het een lach of een traan op gaat leveren. Precies dat gevoel moet hij hebben gehad toen zijn moeder naar adem hapte. Ver weg van haar, ergens in een auto onderweg, zie ik hem een parkeerplaats opzoeken, een sigaret opsteken en met zijn vader bellen. Ambulancesirenes op de achtergrond aan de andere kant van de lijn. En een moederhart dat schokt en stokt. Ze zijn op tijd, zijn moeder gaat mee voor controle en hij hangt op. Er zijn niet veel plekken eenzamer dan een parkeerplaats langs een A-weg. Je voelt je zwerfvuil, je ademt uitlaatgassen. Thuisgekomen blijkt het naar omstandigheden goed te gaan met zijn moeder. Geen levensbedreigende situatie, gelukkig. Maar moeders zijn als een as, alles draait erom heen, soepel en onwetend. Als zij stokt, stokt haar gezin.

    En zo liep hij pasjes vooruit en dan weer achteruit. Het hoofd op losse schroeven. De benen slaafs en mechanisch in beweging. De ruststand was 2-1 in het voordeel van de vijftigers uit Hoogezand. De thee was warm, de bal rond en moeders weer thuis. Maar de schrik rimpelt nog na als een plas na een hagelbui. Vanuit de groene Galliërs, wensen wij mevrouw Brussen een spoedig herstel en weilanden vol gezonde lucht om vrij in te ademen.

    De wedstrijd ging na de thee gewoon door. De gebruikelijke tweede helft werd begonnen. Bob en Frank patrouilleerde elk langs een kant van het veld, terwijl het oude renpaard met Spaanse amazone zijn best deed dit te kopiëren. De man die met een zeldzame linkerpoot geboren is schoot weer eens vanaf de middenlijn, de krijger Bijker schoot het in zijn rug, hamstring en achillespees, bij een ogenschijnlijk simpele voetbeweging. kortom alles leek vertrouwd. Alles leek te gaan met de aandoenlijke vertrouwdheid die de groene Galliërs zo kenmerken. Bob dropkickte met buitenkant wreef raak, Bulthuis tikte een intikker binnen. Eén van zijn specialiteiten, hoeveel zijn er niet die een intikker niet intikken, maar schieten of stiften. Nee, neem dan Bulthuis, die tikt een intikker en schiet een schot. Zoals het hoort. Zo eenvoudig als de zin zelf.

    Toch draaide de wedstrijd zoals de wind. Hoogezand werd sterker en sterker en de groene Galliërs deden hetgeen ze het minst goed kunnen. Achteruitlopen. Lopen is soms al een opgave, maar achteruitlopen is niet te doen. Daar krijg je snel last van. Gallische benen willen vooruit, stribbelen tegen bij een terugtrekking. De benen voelen zich verraden, het hoofd dat aan achteruitlopen denkt is een deserteur. En dus, strompelde de groene equipe van Kanninga naar het einde. Kreeg het tot overmaat van ramp ook nog eens twee doelpunten tegen en verloor het met 4-3.

    Jammerende liezen, kibbelende kuiten, protesterende pokkeltjes, zochten de kleedkamers op. Stroopten de kleding van het plakkerige lijf, boenden het zweet van de huid en goten een schuimkraag langs de adamsappel. Even slikken en weer doorgaan. Alle ambities de prullenbak in totdat de volgende wedstrijd weer volgt. Dan geloven we weer kinderlijk in dubbele cijfers en een kampioensfeest. Er moet wat te dromen blijven, ook als de werkelijkheid daar geen reden toe geeft. Je moet het leven genieten, ook als het je even laat zien dat het zo maar over kan zijn. Of juist, of juist.

    Volgende week vrij, dan weer knallen met elkaar.