• Groene Galliërs ‘mollosteren’ Buinen

    Tevergeefs zochten de groene Galliërs naar tegenstand achter de Buunerbult. Buinen had nog wat personele problemen en zocht vanaf minuut 1 nadrukkelijk naar het fluitsignaal. Er was feitelijk gezien amper sprake van een wedstrijd. Een wedstrijd, in het bijzonder een voetbalwedstrijd, bestaat doorgaans uit twee teams die zin hebben om te voetballen. Was die zin überhaupt al ergens aanwezig bij de geelhemden, dan was die zeker na een minuut of tien compleet verdwenen. Het krachtverschil was groot, maar het verschil in beleving zo haast nog groter. Je zit natuurlijk niet op voetbal om afgedroogd te worden. De gemiddelde voetballer droogt zichzelf het liefst af na zo’n negentig minuten.

    Het begon allemaal nog zo prettig. Zo vol verwachting. Rustig peddelend met de fiets richting sportpark in Buinen, dat er onder een voorzichtig zonnetje prachtig bij lag. In de wetenschap dat de derde helft altijd goed geregeld is in Buinen en dat we met een ruime selectie aan de wedstrijd konden beginnen, leken alle seinen op groen te staan voor een mooi duel. Toegegeven alle seinen stonden op groen. Alles was groen. Terwijl de lange grijze manen van de scheidsrechter amper met dansen begonnen waren, wisten de groene Galliërs dat het een vervelende ochtend ging worden. Aanvalsleider van de geelzwarten Mollo vroeg de mannen of ze het vanaf 0-5 wat rustig aan zouden willen gaan doen. Dat was zo’n drie minuten voor de openingstreffer.

    Het is ochtend. Dat voel ik omdat er een straaltje licht tussen de net niet helemaal aaneengesloten gordijnen komt. Eindelijk. Nog voor ik een boterham smeer heb ik de voetbalschoenen al aan. Nog voor een slok melk denk ik aan een omhaal in de laatste minuut. Na een lange zomer mag het eindelijk weer, mag ik eindelijk weer dat groene shirt aan, die lange sokken. De vader van Bram en John rijdt, samen met de moeder van Erik van Dalen. Het is 1989 en wat ik dan nog niet weet ik dat ik de penalty jammerlijk zal gaan missen en dat ik even langs de kant moet staan, omdat ik Jordy van v.v. Annen natrap na weer een weergaloze actie van hem. Wat ik toen nog niet wist is dat hij ooit voor F.C. Groningen zou gaan spelen en zelf voor P.S.V. En wat dat jongetje in 1989 ook niet wist is dat ie ruim dertig jaar later hetzelfde gevoel in de ochtend heeft, die enorme zin om te voetballen. Stiekem nog immer droomt van die omhaal in de laatste minuut. En wat dat jongetje niet wist is dat die jongetjes zijn, groot geworden jongetjes, in Buinen die voetballen zonder die hoopvolle verwachting, zonder spelvreugde. Gekscherend zou je kunnen zeggen dat die dromen van de derde helft. Die als licht aan het einde van de tunnel der marteling gloort.

    Natuurlijk zit je niet op voetbal om te dik te verliezen, maar toch was het raar om na 57 minuten van het veld te stappen. Het gras was ons nog niet moe, de zon scheen elk kwartier met meer gratie. De bal was nog steeds rond en de laatste minuut moest nog komen. Met de belofte van die omhaal nog in zich. Het stond 0-11. Vijf keer Bulthuis, twee keer Timon, twee keer de verslaggever en één keer Lammers en Edje is inmiddels ook van de nul af. Het was amper plezierig. Met het vroege afblazen vervloog ook de voldoening. Het leek er meer op alsof de afspraak deze zondagochtend op het terras van de sportkantine was, dan dat het om het voetballen te doen was. Ik merk dat ik ook weinig inspiratie kan vinden voor mijn verslag, die doorgaans amper een wedstrijdverslag genoemd mag worden. Echter heeft de beroemde voetbal- en bierfotograaf Andries Middelbos mij wederom gesmeekt het kort te houden. Mensen die iets van mij weten, van mij en mijn recalcitrantie, snappen dat ik nu wederom genoodzaakt ben een lang verslag te schrijven. Andries kan zichzelf met de gedachte troosten dat hij nu toch allang gestopt is met lezen. Die maakt mijn verslag nooit helemaal af. Andries komt uit Buinen. Voor hem lag het einde van dit verslag toch zeker twee alinea’s terug. En laat ik eerlijk zijn, dan heb je de kern van het verhaal ook wel te pakken.

    Jammer was het dus wel. Dat onze wissels maar kort mochten ballen. Dat mijn omhaal in de laatste minuut niet doorging. Doelpuntenillusionist Bulthuis, hij tovert alle ballen als intikkers richting zijn voeten, was net gewisseld. We konden weer op hem in gaan lopen. Hij had met een magnetisch vermogen elke rebound en mislukt schot weer naar zich toegetrokken en er dus vijf gemaakt. En net nu hij gewisseld was floot de man met de grijze manen af. De echte liefhebbers baalden, de meeste tegenstanders waren opgelucht. Dik verliezen is niet leuk, dik winnen vaak ook niet. Maar een hele wedstrijd terug zien worden gebracht tot 57 minuten is echt heel vervelend. Het is alsof je een paar sneetjes brood in een zak gestopt krijgt wanneer je een gesneden bruin besteld. Het is alsof je vraagt om een patatje met en hem dan zonder krijgt. Het is alsof je denkt dat je heel nodig moet poepen en na een sprint van twee minuten, opgelucht je broek laat zakken en je billen op de koude bril plaatst en ineens niet meer hoeft. Het is een kind een ijsje beloven en met zo’n vies waterijsje waar je de kleurstoffen zo uitzuigt op de proppen komen. Zo’n drupje ranja in plastic dat je net hebt ingevroren. Dat is gewoon niet leuk. Het is alsof je uit eten gaat en bij je hoofdgerecht geen bijgerechten krijgt. Alsof je je koffie bent vergeten en dan zo’n vieze koude slok in slokdarm kiepert. Goed, jullie begrijpen me.

    Volgende week de eerste thuiswedstrijd. Negentig minuten voetbalplezier tegen een tegenstander die gewoon al De Treffers heet. Dat moet een doelpuntrijke wedstrijd worden.