• Groene Galliërs en het ellendige kunstgras

    Niet elke uitvinding zorgt voor vooruitgang. Niet alles is te vervangen door iets wat wij mensen verzinnen. Als toekomst een uitzicht is, een beeld van de weg die wij voor ons zien, dan ben ik vast niet de enige die daarin natuur ziet. Dingen die buiten ons, om ons heen, bestaan. Ik heb dat sterk met gras. Buigzaam, groeizaam en voedzaam voor herkauwers. De geur van pas gemaaid gras, de losgeschoten sprieten die zich in je liezen verzamelen na een sliding op een regenachtige ochtend, het ochtenddauw dat parel in de toppen van dit frisse groen, nergens kan een mens deze beeldschone eenvoud nabootsen. En toch, zo zitten we in elkaar, proberen we het. Met desastreuze gevolgen. Groene tandenborstelvelden met rubber en andere rommel. Niets wappert, buigt, ook het ochtenddauw blijft er ver van weg en het ruikt naar de overal van een automonteur die ‘s avonds thuiskomt na een dag hard werken. Kunstgras dus. Een verschrikkelijke naam ook. Doe mij maar het kunstgras van de landschapsschilders uit de gouden eeuw. Daar breek je in elk geval geen enkel, rammel je geen knieën op kapot en verzwik je geen banden. En nee, ik heb het niet over autobanden. De grasvervanger die in de voetbalcompetitie een tijdje tot belangrijkste investering van menig amateurclub werd gebombardeerd, heeft in zijn levensloop een spoor van vernieling achter gelaten. Gescheurde enkelbanden, kuisbanden, gebroken ledematen. Kunstgras heeft eigenlijk twee letters te veel. Goed, u raadt het al, wij speelden op kunstgras afgelopen zondagochtend in het mooie dorpje Annen.

    Uit voorzorg had onze aanvoerder een brace gekocht. In de kleedkamer treuzelde hij, als een puber die net een nieuwe beugel heeft, onderweg naar school. Met het schaamrood op de kaken kwam hij het veld op. Hij voelde zich half mens, half robot. De gevoelige linker spreekt niet de programmeurstaal van de brace. De bal voelt niet zijn klasse, zijn voet luistert niet meer naar zijn souplesse. Met de brace verwordt hij tot kunstgras. Een zielige poging te kopiëren wat hem zo geniaal maakt. Maar dat gevoel van voetballen zo fragiel als jong gras dat voor het eerst uit de bodem komt en een waterige zonnetje begroet. Dat kunnen we niet vangen, dat laat zich niet vangen in formules of kunststof. Na 45 minuten was het klaar. Het voetbaldier voelde zich beknopt in zijn natuur en stopte uit voorzorg.

    Annen is het dorp van schoolmeester Gerben. Sinds dit seizoen onze vaste linksback, maar in het dagelijks leven veel meer dan dat. Hij speelt toneel, hij zingt, hij geeft les. Hij bouwt, knutselt en fietst hard. Hij is een flexibele alleskunner, optimistisch als een ochtendmens. Sociaal en menslievend. Zo’n man die je ieder kind in ontwikkeling gunt, zo’n man die de wereld om hem heen een stukje mooier maakt. Het kunstgrasveld dacht daar anders over en vouwde zijn enkel dubbel bij een landing na een prachtig duel. Blauw en dik lag de enkel vanmorgen op een schoolkrukje, terwijl meester Gerben weer wat twinkelingen in verwonderde kinderogen strooide.

    Terwijl ik dit typ, niest een gebarentolk in haar knuist en vertelt de premier dat er strengere maatregelen komen, om corona de baas te worden. Er komt een eind aan de derde helft, de groene Galliërs zullen zonder toeschouwers twee helften strijden. Ons hoorngeschal en tactische vernuft kan slechts beschreven worden ,maar niet langer al genietend gadegeslagen worden aan de kant van het strijdtoneel. Gisterochtend wonnen de groene Galliërs met 0-3. Drie keer Bulthuis, twee kopballen en een winkelhakende trap met links. Keeper Lubbers stopte een onterecht toegekende strafschop. Olf Riemeijer had een pracht van een rentree als hoofd van de defensie. Hij hield de gelederen gesloten, stapte in waar nodig en coachte zijn teamgenoten helder en nuttig. Wat moet E.E.C. de afgelopen jaren hebben genoten van hem. Rustig, kordaat en uitermate zorgvuldig in de passing. Een genot voor elke liefhebber, een welkome toevoeging aan het gallische bataljon van Jansen en Kanninga. Aan alles zag je dat Riemeijer genoot. Als een vis in het water, met zijn oude makkers om zich heen. Hij voelde zich begrepen en voetbalde vrijuit en machtig. Een tikje bescheiden over zijn prestatie liep hij van het

    veld, maar in elke boks voelde hij dat hij thuis was. Ondanks het kunstgras, ondanks dat het is Annen was, ondanks corona. Hij voelde het respect zijn schouders masseren, heel even zag ik hem zijn hoofd achterover bewegen, zijn ogen toegeknepen richting de zon die van achter een wolkendek zijn best deed. Dat is hoe wij Galliërs genieten van dit spel. Dat is het kinderlijke enthousiasme dat op ons neer klatert als een frisse bui na een zuchtend hete dag. Dat is een welkom thuis vriend.

    Wat de toekomst brengt, dat is nog ongewis. We moeten terug in onze hokken. Hopen op betere tijden. Laten we buigzaam zijn als echt gras. Voedzaam en groeizaam. Laten we nooit vergeten hoe gras ruikt op een zondagmorgen. En blijf deze verslagen lezen. Niet omdat ze rechtdoen aan negentig minuten voetbalspel. Daar bent u helaas, dankzij corona, nu helemaal van verstoten. Maar misschien wel, om te lezen over de groene Galliërs, mannen met kinderharten en schilderachtig gevoel tot in de kleinste teen. Mannen zoals u ze ziet in de supermarkt, in doodgewoon verpakte voetbalhelden die dromen van volle stadions en elke persconferentie weer bedrogen uitkomen. Blijf mens, blijf sterk, blijf dromen.