• De groene Galliërs winnen slechte wedstrijd

    De zon was heer en meester deze zondagmorgen op sportpark de Drift. Hij had zelfs enkele tientallen supporters weten te lokken voor duel tegen Tweede Exloërmond. Kerels in blauw gestoken en waffels vol Veenkoloniaal, stonden tegenover de behoorlijk gehavende groene Galliërs. Een kleine waslijst aan blessures en afwezigen, een schaduwlijst vol pijntjes en zo bleek al snel slechts een enkeling in vorm.

    Enkele weken gelden zat ik in een prachtige zaal ergens verholen in Valthermond. Een zaal vol mensen zat daar met elkaar na te denken hoe cultuur onze prachtige gemeente Borger-Odoorn verbindt. Bert Hadders, een geboren in Tweede Exloërmond, sprak en zong er. De taal van het veen, van nieuwe grond, van eindeloze vergezichten en uitzichtloze noeste arbeid. Het schrille contrast tussen zand en veen. Het is het verhaal van een plek met een eeuwenlange geschiedenis en een gebied dat pas enkele honderden jaren ontgonnen is. Hadders zong zijn ‘Beloofde laand’. Stamp dien vouten veur de boas. Later zocht ik hem op in de lijsten van Spotify. Ik vond een prachtig lied. De titel Jogie.
    Een aanrader. Een lied over een jongen die er ‘nait in speide’ en ‘vrauger altied as eerste beet had’.
    Afgelopen zondag deden er een hoop mannen aan Jogie denken. Beide teams hadden een bonte verzameling aan oud geworden jochies, sommige mannen wat beter behandeld door het leven dan een ander. De geruchten gingen dat de mannen van de Treffer, een toepasselijk naam voor een ploeg die slechts één keer wist te scoren afgelopen zondag, spelers van hun eerste had meegenomen. Dat moet een roddel zijn geweest, dat kon de waarheid niet zijn. Daar was het spel van hen de matig voor. Laat ik er gelijk bij zeggen dat dit de slechtste wedstijd van de groene Galliërs was tot op heden. Langs de kant werd geopperd of de verslaggever niet beter weer een marathon kon gaan lopen. Er waren er die zich hard op afvroegen of ze voor de zon of de wedstrijd langs de kant stonden en menig speler liep met de ziel onder zijn arm nagenoeg elke bal in te leveren bij de tegenstander. Een enkeling wist zich aan deze malaise te onttrekken. Zo werd er door spits Lammers volop gebulthuist. Sinds dit seizoen heeft het optreden van Ronald geresulteerd in een werkwoordvorm. Het is van het kaliber smurfen. Voor je het weet loopt je van alles te bulthuisen. De meest pure vorm van het werkwoord is hem te gebruiken voor een scala aan simpele handelingen binnen het vak dat voetballers onder elkaar ‘de zestien’ noemen. Handelingen die met alle lichaamsdelen waarmee je volgens de VAR buitenspel kunt staan, kunnen worden uitgevoerd. En te kernschetsen zijn als eenvoudig, dat zijn bulthuis-vormen. Lammers bulthuiste twee maal met zijn rechter, doodnormaal en koeltjes. Bulthuis zelf deed dat uiteindelijk ook twee keer. Al was alles deze ochtend begonnen met een droge schuiver van Riemeijer.

    Het was prachtig weer, veel te mooi weer voor het niveau van voetballen. De bal werd zo vaak verkeerd geraakt dat het weg mijmerde onder deze onkunde. Steeds lag het daar wat ongelukkig over de zij- of achterlijn. Compleet depressief werd het na een krappe negentig minuten voetballen uit zijn leiden verlost door de scheidsrechter die van whisky en keus houdt, van krijten en stuntfietsen. Zo vaak was het leder verprutst, speelbal van miscommunicatie geweest, dat het zich afvroeg of hij nog wel een voetbal was. De voetballers zelf hadden er ook maar weinig plezier in. Van de kant van het lintdorp uitte dat zich vooral in verbaal en fysiek geweld. Soms, hoe sneu voor de bal, met bal en been. Het bedroevend slechte schouwspel kende opmerkelijk genoeg nog wel zes doelpunten. En bijna zeven.

    Na een zoveelste lange lel van achteren ontstond er een slapstickachtige duel van verkeerd inschatten en niet willen toegeven dat je de fout in gaat, terwijl je weet dat in je de fout aan het gaan bent. Veldheer Bijker viel achterover nadat hij achtereenvolgens probeerde te koppen, te controleren en weg te rossen. Bij die laatste actie werd hij belaagd door een spits van de Treffer’16. Na een onreglementaire Yuko werd de bal resoluut door scheidsrechter op de stip gelegd. Jasper, gigant onder de groene Galliërs met keepertalent tot diep in zijn pink, ranselde de bal ergens voor de lijn uit de hoek. Zo bleef het 5-1.

    Wanneer je een dermate slechte wedstrijd met 5-1 wint, dan weet je dat je mee gaat doen om het kampioenschap. En weet tegelijk dat je het nooit zult worden als je zo blijft spelen. En dat is zo’n beetje hoe de groene Galliërs zich voelden bij het affluiten. In twee conflicterende wetenschappen gat er één ding verloren. En dat is spelvreugde. De taak aan alles wat de zondagochtend is, is dat terug te vinden voor het eerst volgende duel. Anders blijft het tijdens het winnen verliezen.