• Borger Zondag 2 na ruime overwinning koploper.

    Oude en jonge jochies dartelen door elkaar heen...
    ‘Gister nog’. Een vertaling van Charles Aznavour’s ‘Hier Encore’. Paul de Munnik achter een vleugel, mijmerend. De jongen in hem bezingend, de jongen van twintig. Zo af en toe voelt hij zich zo, zo melancholiek. Zeker wanneer er weer eens een foto opduikt van de blonde adonis die als bewijs dient voor zijn verhalen. "Ik heb rimpels van de haast, van het leven dat ik meed."

    Een spiksplinternieuwe aanvoerdersband, lime-groen. Het conflicteert met zijn doorleefde kop. Links en rechts van hem twintigers. Voor hem een paar tieners en wat jongende dertigers. Als trainer van de oudste jeugd, geniet hij van de energie waarmee die jongens smijten, alsof het niet kost. Een oudere energiesmijter is er niet bij op deze zondagochtend, Keizer ontbreekt. Generatiegenoot Robert, vanmorgen nog half stikkend in een gevulde koek, staat naast hem en de stukadoor waarmee hij op hoger niveau en betere gezondheid speelde voor publiek, zit eerst op de bank. Gasselternijveen, een bekende uit zijn rijke voetballeven, is de tegenstander.

    Amper de sleet van de benen smeuïg gelopen, komt zijn ploeg op voorsprong. Maikel schiet hard en laag binnen. Even later ziet de oude veldheer de 2-0 vallen uit een corner. Met het handjeklap nog nagalmend in zijn handpalmen scoort Timon gedecideerd de 3-0. Geen vuilte aan de lucht. Toch weet Gasselternijveen uit een lange bal en een corner op 3-2 te komen. Het irriteert de senior. Verbaal praat hij de frustraties van zich af. Voelt stiekem aan zijn onderrug wanneer hij zich onbespied waant. Het elftal van oude en jonge jochies lijdt veel balverlies en reageert op elkaar, haalt elkaar uit de wedstrijd. De scheidsrechter kan het niet langer aanzien en aanhoren en fluit voor de rust.

    Daar zitten ze dan, de jonge en oudere jochies. Hij kijkt ze één voor één aan, wanneer hij met de thee rondgaat. De stukadoor ontdoet zich van zijn trainingspak. De gemoederen zijn verhit. Hij merkt dat de jaren hem milder hebben gemaakt. Geen krachttermen meer, geen diepe woede meer. Al herkent hij de wat jongere boze koppen om hem heen, de tijd heeft hem afstand tot de materie gegeven. Gek, maar je zou haast denken dat hij kan relativeren.

    De tweede helft walst de ploeg van oude en jonge Galliërs over de tegenstander heen. Aan de hand van de onverzettelijke doelpuntenmachine Lammers, Il Stucadore, scoren de Galliërs alsof het een lieve lust is. De tweede helft wordt het geen seconde een wedstrijd, het krachtsverschil wordt duidelijk. Jonge en oude jochies smijten met hun krachten. Hij kijkt naar de kant en denkt aan een wissel. "Gister nog, pas twintig jaar. Ik morste met mijn tijd, ik waande me een baas." Hij geeft de band af en stiefelt naar de kant, neemt plaats op de bank. De bank die altijd vijand was, maar nu al steeds meer habitat. Op zaterdag zeker, maar stiekem ook al iets meer op zondagmorgen. Een voetballeven ploft op het zitvlak. Een spijkerharde twintiger, een sfeerverhogende dertiger, een leidende veertiger. De tienerjaren nog daargelaten. Hij ziet één van zijn pupillen spurten en vol overgave een duel in knallen. Och wat is dat lang geleden.

    In de geur van zweetsokken en vermaalt gras, geniet hij van dit zooitje ongeregeld; De groene Galliërs. Oude en jonge ontblote jongenslijven, met dezelfde voetbalhumor. Terwijl de spijkerbroeken weer aan gaan en de noppen de tas in, schiet er een gedachte door zijn hoofd. Iets met verbinden, iets met leeftijdloos. Want in alle tijden, vanaf de jonge jaren dwarsdoor de tijd is dit gevoel hetzelfde. Een teamgevoel, een voetbalgevoel. Een tijdloos prestatiegevoel. Hoe anders is dat in het leven, in een supermarkt of kroeg. Waar zijn pupillen de vakken en meisjesmonden vullen. Dan is hij een vreemde eend, een oude man, een vader. Maar hier in de weke zure voetbalmeur, waar voetbalhumor gecombineerd wordt met gebalde vuisten. Hier is iedereen een gelijk deel van het team. Telt enkel de waan van de zondagochtend. Wie scoorde, wie maakte een sliding, wie deed mee? En hij deed mee. Hij doet mee. Straks een biertje en de zondag langzaam laten vieren. De teugels komen maandag wel weer. Voetbal, een groene draad door het leven van deze clubman. Volgende week GKC 2. Dan voelen we ons weer tijdloos voetbaljong, aan de hand van deze clubicoon en Gallische veldheer.